Letterkunde – Disticha

Ik ben al wat er is en al wat geweest is en zijn zal.

Niemand heeft van mijn gelaat ook maar de sluier gelicht.

Eén van de leerlingen hief de sluier van Isis te Saïs;

Maar weet je wat hij zag? Groot was het wonder: zichzelf.

Het Montessori Lyceum waar ik mijn lessen mag geven

Is van de levensschool enkel het zichtbare deel.

Dicht bij mijn school staat een kerk als een ster op de zee van het worden;

In de Mariakapel – daar vind ik rust voor mijn ziel.

Kon ik maar eenmaal de taal van de bloeiende rozen begrijpen,

Dan zou de roos van mijn ziel opengaan tot haar geluk.

Vader, laat mij werkelijk om de Gekruisigde wenen,

Geef dat ik echt begrijp wat Hij voor mij heeft gedaan.

Leg je gespikkelde veren zacht in de donkere aarde,

Spreeuw, die op het balkon door mijn nalatigheid stierf.

Moeder en ik bij vallend getij op een dijk langs de Schelde:

Zeewier verwaaid op de weg boven het zwarte basalt.

Boven het huis staat de ster die de oosterse koningen volgen.

Wat brengen zij voor het kind? Wierook en mirre en goud.