Het zijnsluik

Enkele jaren later werd het model van Renzulli uitgebreid door de Nederlandse ontwikkelingspsycholoog Franz J. Mönks (1932 – 2020). Mönks stelde dat ook de omgeving waarin het hoogbegaafd kind opgroeit en begeleid wordt van doorslaggevend belang is om hoogbegaafd potentieel tot uiting te laten komen. Met deze omgeving bedoelt hij het gezin, de school en ontwikkelingsgelijken. De drie ringen van Renzulli worden in het meerfactorenmodel van Mönks omgeven door een driehoek die deze omgevingsfactoren aanduidt.

Een kind met talent voor schaken kan bijvoorbeeld alleen op hoog niveau wedstrijden gaan spelen als het gezin waarin het opgroeit daarin ondersteuning biedt. Ook zal de school waarschijnlijk voor een aangepast programma zorgen om het kind de gelegenheid te geven te oefenen en naar het buitenland te gaan. Daarnaast moet het kind voldoende contacten hebben met andere jonge schakers. Voor kinderen die op topniveau sporten vinden we dergelijke aanpassingen vanuit de omgeving vanzelfsprekend. Mönks was van mening dat ook hoogbegaafde kinderen door hun omgeving ondersteund moeten worden om hun specifieke talenten tot bloei te laten komen.1

De Vlaamse wetenschapster Tessa Kieboom heeft het meerfactorenmodel van Renzulli en Mönks als basis genomen voor haar eigen onderzoek. Zij legt daarin de nadruk op de karaktereigenschappen van hoogbegaafde kinderen. Deze eigenschappen zorgen ervoor dat hoogbegaafde kinderen de wereld op een andere manier ervaren dan anderen. Om dit aspect van hoogbegaafdheid te belichten spreekt Kieboom van het zijnsluik van hoogbegaafdheid. Het zijnsluik staat naast het cognitieve luik. Dit luik legt meer de nadruk legt op de cognitieve elementen van hoogbegaafdheid en is gebaseerd op het model van Renzulli en Mönks. We kunnen zeggen dat het cognitieve luik gaat over het denken van hoogbegaafden en het zijnsluik over hun gevoelsleven.

Kieboom noemt vier eigenschappen die hoogbegaafde kinderen bezitten. Zij (1) leggen de lat vaak hoog voor zichzelf, (2) hebben een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel, (3) zijn zeer gevoelig en (4) hebben een kritische instelling. Deze kenmerken kunnen ook bij niet-hoogbegaafde kinderen voorkomen, maar volgens Kieboom moeten ouders en begeleiders er bij hoogbegaafde kinderen wel op een andere manier mee omgaan. Dat komt omdat hoogbegaafde kinderen op een ander niveau denken en daarom ook anders reageren op wat volwassenen zeggen en doen. Het zijnsluik en het cognitieve luik geven samen een handleiding om zo goed mogelijk met hoogbegaafden om te gaan.2

Perfectionisme

Hoogbegaafde kinderen leggen de lat vaak zeer hoog voor zichzelf. Dat kan al in de kleuterklas blijken bij een kind dat niet tevreden is met zijn kleur- of schilderwerk omdat het de tekening niet realistisch vindt. Op de middelbare school kan dit perfectionisme naar voren komen bij een kind dat werkstukken altijd te laat inlevert. Wanneer het kind de zelfopgelegde norm niet haalt krijgt het vaak last van faalangst. Op den duur begint het liever helemaal niet meer ergens aan zodat het ook niet kan falen. In het volwassen leven kan dit ertoe leiden dat de hoogbegaafde niet durft te solliciteren naar zijn droombaan, promoties afslaat en in het algemeen uitdagingen uit de weg gaat.

Een hoogbegaafd kind met faalangst wordt niet vanzelf een volwassene met voldoende zelfvertrouwen. Daarom is het van belang om perfectionisme al bij jonge kinderen te signaleren. In groep 3 kan het bijvoorbeeld gaan om een kind dat letters telkens weer uitgumt en opnieuw tekent. Als ouder of begeleider kun je proberen om eerst door de bril van het perfectionisme te kijken voordat je een opdracht geeft. Wanneer je een hoogbegaafde scholier bijvoorbeeld een werkstuk laat maken kun je bedenken dat hij het liefst een glanzende folder of een hightech systeem inlevert. Het help dan als je van tevoren duidelijk aangeeft wat jouw verwachtingen zijn. Voor hoogbegaafde kinderen helpt het als je nog eens benadrukt wanneer het resultaat voor jou goed genoeg is.

Het is mogelijk dat het kind bij het inleveren van de opdracht zelf niet tevreden is. In dat geval kun je daar begrip voor tonen maar er de nadruk op leggen dat jij wél tevreden bent. Het kind leert daardoor om de hoge lat een beetje te laten zakken. Ook leert het dat fouten maken menselijk is en dat het prima is om iets niet perfect te doen. Hoewel ook hoogbegaafde volwassenen op het gebied van perfectionisme begeleid kunnen worden, is voorkomen natuurlijk beter dan genezen en kun je een kind veel problemen besparen door het al op jonge leeftijd te leren dat niet helemaal perfect ook goed genoeg is.

Rechtvaardigheidsgevoel

Een tweede kenmerk van hoogbegaafde kinderen is hun grote rechtvaardigheidsgevoel. Het nakomen van afspraken en beloften is voor hen van groot belang. Er lijkt een grijs gebied te bestaan tussen hoogbegaafdheid en autisme als het gaat om gevoel voor rechtvaardigheid en rigiditeit. Dit kan ertoe leiden dat het gedrag van een hoogbegaafd kind verkeerd wordt geïnterpreteerd en het kind ten onrechte wordt gediagnosticeerd met autisme.3 Voor beide groepen valt in ieder geval niet te tornen aan regels en afspraken. De Duitse filosoof Immanuel Kant had bijvoorbeeld de gewoonte om elke dag om exact half vier ‘s middags een wandeling te maken. Ook wordt verteld dat hij eens met een vriend had afgesproken voor een ritje in een rijtuig buiten de muren van Königsberg. Toen de vriend vijf minuten te laat op de afspraak verscheen zag hij het rijtuig al in de verte verdwijnen. Kant behandelde het thema van de rechtvaardigheid overigens uitvoerig in zijn Kritik der praktischen Vernunft.

Ook het houden van beloften is voor hoogbegaafde kinderen belangrijk. Een leerkracht of ouder die een belofte niet nakomt zal het heel moeilijk hebben om het vertrouwen van het kind te herwinnen. Het is daarom van belang dat je een volwassen uitleg aan het kind geeft wanneer dit voorkomt. Alleen daardoor kan het begrijpen dat er misschien sprake was van overmacht of andere omstandigheden die het nakomen van de belofte onmogelijk maakten. Ouders en leraren denken nog wel eens dat kinderen zo’n gebeurtenis wel weer vergeten. Voor hoogbegaafde kinderen is dat zeker niet het geval. Alleen een volwaardige uitleg kan het vertrouwen van het kind in de volwassene herstellen.

Veel hoogbegaafde kinderen zijn zeer idealistisch. Zij zijn meer bezig met wereldgebeurtenissen en stellen daar ook andere vragen bij dan hun leeftijdgenoten. Ook zijn zij maatschappelijk betrokken en nemen soms deel aan projecten voor ouderen of het milieu. Zij zien al op jonge leeftijd dat hoe het in de wereld is niet overeenkomt met hoe het zou moeten zijn en nemen vaak de beslissing daar iets aan te doen. Natuurlijk bestaat het gevaar dat zij teleurgesteld raken in hun omgeving, vooral wanneer zij zien dat ouders, vrienden of leerkrachten hun idealen opgeven. Sommige hoogbegaafde kinderen en volwassenen gaan daarom een teruggetrokken leven leiden. Anderen uiten hun teleurstelling in een depressieve of cynische houding.

Gevoeligheid

Een derde kenmerk van hoogbegaafde kinderen is hun gevoeligheid. Eén van de manieren waarop deze gevoeligheid zich kan uiten is door angsten en ongerustheid. Wanneer een hoogbegaafd kind bijvoorbeeld een broertje of zusje heeft zal het zich eerder ongerust maken over wat er allemaal mis kan gaan. Doordat het kind beter in staat is allerlei scenario’s uit te denken ervaart het meer angst dan leeftijdgenoten. Het vergeet daardoor wel eens dat het de verantwoordelijkheid van de ouders is om voor het jongste kind te zorgen. In dat geval helpt het als de ouders duidelijke afspraken maken – bijv. de kleinste mag op de stoep spelen maar niet op straat – en aangeven dat het hun verantwoordelijkheid is om daarop te letten.

Ook kan het voorkomen dat het hoogbegaafde kind niet mee wil op schoolreis omdat het van tevoren heeft bedacht wat er allemaal mis kan gaan: de bus kan een ongeluk krijgen, misschien lust ik het eten niet, is de buurt wel veilig? Ouders kunnen dan aan de school om meer informatie vragen en misschien al eens met het kind gaan kijken op de locatie zelf. Dat is in veel gevallen een betere oplossing dan het kind thuishouden. Het hoogbegaafde kind weet diep van binnen ook wel dat geen enkele onderneming helemaal zonder risico’s is. Maar het heeft meer houvast nodig dan anderen om met deze realiteit te leren omgaan.

Een andere manier waarop deze gevoeligheid zich uit is dat hoogbegaafde kinderen snel van slag kunnen raken door kleine opmerkingen of gebeurtenissen. Een streng woord van de leraar of een onaardige opmerking van een leeftijdgenoot kan flink pijn doen. Soms zijn zij nog dagen (en nachten) aan het malen wat de betekenis van die ene opmerking of gebeurtenis was. Vaak vragen zij zich af of zij iets beter hadden kunnen zeggen of doen. Ook wanneer een leraar een klassikale opmerking maakt voelt het kind zich al snel aangesproken. Zelfs wanneer het niets verkeerd deed voelt het de ergernis van de leraar en vraagt het zich af of de relatie nog wel goed is. Het helpt dan wanneer de leraar het hoogbegaafde kind na de les laat weten dat de opmerking niet voor hem of haar bedoeld was.

Hoogbegaafde kinderen zijn vaak ook gevoelig als het gaat om het inschatten van andere mensen. Zij vragen om authenticiteit en dat maakt de omgang nog wel eens moeilijk. Wanneer zij merken dat de andere persoon eerlijk is en hen respectvol behandelt wint deze al snel hun vertrouwen. Maar wanneer zij het gevoel hebben dat deze authenticiteit ontbreekt blijven zij op afstand. Meestal voelt de ander dat ook aan. Wanneer die ander een volwassene is met autoriteit, zoals een leraar of lerares, kan dit een verstoorde verhouding tot gevolg hebben. Hoogbegaafde kinderen begrijpen al op jonge leeftijd wat volwassenen ook weten. Niet iedereen is te vertrouwen en soms is het beter om afstand te bewaren. Omdat het hoogbegaafde kind zich echter nog in allerlei relaties van afhankelijkheid bevindt kan dit tot problemen leiden.

Kritische instelling

Het laatste kenmerk van hoogbegaafde kinderen is hun kritische instelling. Zij hebben de gewoonte om de uitspraken en het gedrag van anderen volledig door te lichten. Voor de ander is dit niet altijd een aangename ervaring. Het komt namelijk nogal eens voor dat iemands denken of handelen de toets der kritiek niet doorstaat en dat het kind dit ook op een vrij botte manier duidelijk maakt. Deze kinderen moeten namelijk nog leren om hun kritiek in een sociaal aanvaardbare vorm over te brengen. Wanneer een hoogbegaafde leerling bijvoorbeeld aangeeft dat hij de didactische kwaliteiten van zijn leraar te kort vindt schieten of dat hij de hoeveelheid toetsen onredelijk vindt kan het al snel gebeuren dat er in plaats van een inhoudelijk gesprek een machtsstrijd ontstaat die de relatie met de leraar beschadigt.

Hoogbegaafde kinderen moeten vaak nog leren om de vorm en de inhoud van hun kritiek van elkaar te scheiden. De manier waarop zij iets zeggen kan immers net zo belangrijk zijn als de vraag of zij gelijk hebben of niet. Voor volwassenen is dit al een moeilijke opgave die veel levenswijsheid vraagt. Ouders en opvoeders kunnen daarom al vanaf jonge leeftijd met het kind oefenen om kritiek op een sociaal aanvaardbare manier over te brengen. Dit sociale aspect van communicatie leren hoogbegaafden vaak beter aanvoelen naarmate zij ouder worden.4

Literatuur

1 Tessa Kieboom, Hoogbegaafd: Als je kind (g)een Einstein is (Tielt: Lannoo, 2015), 19-22.

2 Ibid., 23-25.

3 Ibid., 33.

4 Ibid., 42-48.