De belangrijkste hulpbronnen van mijn praktijk zijn de onderwijskunde en de filosofie. Eerder al bestudeerde ik in Leiden het Duitse idealisme en schreef ik een scriptie over de esthetiek van Immanuel Kant en Friedrich Schiller. Ik vroeg mij daarin af wat schoonheid volgens beide denkers is en hoe de ervaring van schoonheid samenhangt met morele ontwikkeling. In de loop der jaren heeft mijn interesse zich uitgebreid naar het latere esthetische en pedagogische werk van Schiller, waarin hij een geestelijke tegenhanger van de Franse Revolutie ontwerpt. Zoals veel Duitse intellectuelen stond Schiller aanvankelijk welwillend tegenover de Revolutie, maar deze houding veranderde in afgrijzen na de terechtstelling van de Franse koning en de daaropvolgende Terreur. Schiller komt in zijn latere werk tot de conclusie dat Europa nog niet klaar is voor politieke vrijheid, omdat het karakter van de mensen nog niet edel genoeg is om de idealen van de Verlichting in de praktijk te brengen. Daarom ontwerpt hij een esthetisch en pedagogisch programma, waarin hij een belangrijke plaats toekent aan de opvoedkundige waarde van kunst. Kunst spreekt de gehele mens aan – zowel zijn zintuiglijke en redelijke natuur – en heeft daardoor het vermogen het karakter te veredelen en voor te bereiden op moreel handelen.

2012 – Kallias: Kant en Schiller over schoonheid

2020 – Over het spel